In rijke landen gaan elke dag 10 kinderen dood door geweld schreef de Volkskrant in 2003. Stel je voor: tien persconferenties per dag. Tien gezichtjes bij tien namen. Maar we krijgen ze niet allemaal te zien. Gelukkig maar; zoveel ellende kan een mens niet verdragen. De nabestaanden, die moeten er wel echt mee leven. Bij elk bericht alles herbeleven. Zo ook de moeder van Julian en Ruben. Verder met het verschrikkelijke besef dat zij haar zoontjes nooit meer zal omhelzen. Vele Nederlanders rouwen mee. “Hoe kon hij?”, vragen ze zich af.

“In 60 procent van de gevallen gaat het om een plotselinge uitbarsting van agressie, zonder dat er sprake was van structurele mishandeling”, staat in het stuk van de Volkskrant. Zes van de tien worden slachtoffer van iets wat ze zelf misschien nooit zagen aankomen. Waarvoor ze niet vreesden. Een woede-uitbarsting, een waas voor de ogen. De massa heeft hieraan geen boodschap. Een enkeling probeert de massa terecht te wijzen, maar die enkeling gaat voorbij aan het feit dat zes op de tien van die massa evengoed niet meer helder denken. Verzopen in emotie, maken zij zich goddank schuldig aan gedrag dat wél goed te praten is.

Op Twitter schreef ik: “Paradoxaal dat mensen die in emotie verzuipen ratio loslaten op de daad van iemand die waarschijnlijk evengoed in emotie verzoop.” Want de vraag “hoe kon hij?” is een zuiver rationele vraag. Ergens is dat begrijpelijk: iemand die verzuipt in emoties probeert ratio toe te passen om grip te krijgen op de situatie. Maar als de rede geen verlossend antwoord biedt, blijft er maar één weg over: nog dieper verzuipen in emoties. Het is dan ook de vraag of het stellen van rationele vragen wel zoveel zin heeft in situaties die zich afspelen in een zee van emoties. Ze roepen vaak meer nieuwe vragen op dan ze beantwoord krijgen.

Het is eenvoudiger als iemand bewust en intentioneel handelt. Dat maakt een situatie inzichtelijk. Maar iemand die wordt gedreven door waanzin of razernij, maakt het beeld te complex om te bevatten. Immers: als doodgewone mensen ineens tot geweld kunnen overgaan, dan ook je buurman. Of jijzelf. Dat het nog maar de vraag is of iemand die zichzelf verliest in emoties niet ook voor het oog rationele handelingen kan verrichten, maakt alles er niet gemakkelijker op. Sterker nog, het maakt de situatie helemaal onbegrijpelijk. En nu al blijven de meesten achter met onbegrip. Vooral omdat onbegrip het minst onbevredigende antwoord lijkt.

Van het drama rond de twee broertjes is een aantal dingen inmiddels bekend, maar voor een groot deel blijft het gissen. NRC probeert de puzzelstukjes bij elkaar te leggen, om begrip te krijgen van wat er gebeurd moet zijn. Maar is er überhaupt enige kindermoord waar we ook maar iets van begrijpen? We zullen het waarschijnlijk nooit bevatten, zelfs al zouden we het willen. Het is te verschrikkelijk en op geen enkele wijze rationeel uit te leggen. Ook kwalificaties als ‘hij is slecht’, ‘hij is een monster’, of ‘hij is ziek’ doen het begrip niet toenemen. Des te logischer is het dat zovelen hun emoties de vrije loop laten. We kunnen niet anders.






‘Hoe kon hij?’