Het multiculturele drama verandert in een identiteitsdrama‘, stelt Bas Heijne in zijn column voor NRC. In het stuk dat de krachtige titel Knokken draagt, schrijft hij dat hem ‘vooral de taal’ interesseert, want ‘in tijden van crisis gaat het erom dat een samenleving weer als een gemeenschap wordt gezien’. Dat is interessant. Allereerst omdat sommige scholen in de sociologie gemeenschap tegenover samenleving plaatsen. Maar ook omdat ‘de samenleving‘ zelf als resultante van taal wordt begrepen. Wat we onder samenleving verstaan, heeft zo meer te maken met taal dan met weefsel en stenen. Daarbij lijden we volgens Willem Schinkel aan sociale hypochondrie: “we doen te veel aan zelfanalyse en praten onze maatschappij allerlei kwalen aan .”

Is in dat licht niet ook ‘vooral de taal’ van Bas Heijnes analyse dat ‘het multiculturele drama verandert in een identiteitsdrama’ interessant? Bas Heijne noemt een aantal zorgwekkende ‘effecten van de crisis’, die zeker een oplossing verdienen. Maar hij vergeet erbij te vermelden dat afgelopen middag duizenden Nederlanders feestvierden omdat Ajax een stap dichter bij het kampioenschap kwam. Dat heel Nederland zich vandaag vooral druk maakte over het weer – en niet over de crisis of ideologie. En ook vergeet hij erbij te zeggen dat 30 april miljoenen Nederlanders in het oranje gekleed onbekommerd zullen feestvieren, zonder last te hebben van enig identiteitsdrama. Is dan niet de vraag: wat is het ‘identiteitsdrama’ meer dan ‘vooral de taal’?

Rolf Dobelli heeft een afkeer van het nieuws. Zo stelt hij dat nieuws bevestigt wat je al meent te weten en je laat stoppen met denken. Sterker nog: we zijn niet rationeel genoeg om het nieuws weerstand te bieden, meent hij. Daardoor ontstaat cognitieve dissonantie en leggen we het af tegen de input van de media. Zo zijn wij niet langer zelf de producent van ons denken, maar de media, die het in hapklare brokken serveren. Wat suiker voor ons lichaam is, zegt hij, is nieuws voor ons verstand. En de media hebben een zekere voorkeur voor wat ‘nieuwswaardig’ is. Wat betekent deze conclusie voor de analyse van Bas Heijne dat ‘het multiculturele drama verandert in een identiteitsdrama’? Waarop baseert Heijne zelf zijn stellingen?

Heijnes wens dat we de samenleving weer als gemeenschap gaan zien, is vooral interessant vanwege het laatste woord van die zin. Het is niet zijn vraag of daarvoor ook ‘méér gemeenschap’ noodzakelijk is. Dat is op zich niet heel gek: buiten de Amsterdamse grachtengordel zal men doorgaans nog gewoon bij de buren voor een schoteltje suiker terechtkunnen. En op 30 april is ook de Amsterdamse grachtengordel gevuld met niets dan gemeenschap(sgevoel). Maar het dwingt ons als lezers wel tot een belangrijke vervolgvraag: Kunnen we met recht spreken van een identiteitsdrama, of praat de patiënt zichzelf (middels een self-fulfilling prophecy) (opnieuw) onterecht allerlei kwalen aan. Is er een dokter in de zaal?






Is het identiteitsdrama vooral de taal?