Een jongen die zichzelf om het leven heeft gebracht na pesterijen gebruiken om een punt te maken, mag dat? Het merendeel van de Nederlanders lijkt het daarmee oneens. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de felle reacties op een column van Luuk Koelman, waarin hij de zelfmoord van Tim Ribberink gebruikt om Mariska Orban de Haas te confronteren met haar homo-onvriendelijke opvattingen. Dat is interessant om twee redenen: allereerst omdat Koelman hiermee symbool wordt voor de obsessie met hypocrisie die zichzelf in haar staart bijt, maar ook omdat het de hypocrisie van de Nederlandse pre-occupatie met de schuldvraag blootlegt.

Laten we beginnen met punt 1. Luuk Koelman is columnist voor Metro. Mag zelf graag reclame maken voor de punten die hij maakt, ook op Twitter. Daarnaast besteedt Metro er driftig aandacht aan. Sommige stukjes van hem kan ik zeker waarderen. Ik heb hem daar op Twitter weleens complimenten voor gegeven. Een voorbeeld is dat stuk over Jan Mulder, waarin hij de Groninger eraan herinnert dat die ondanks zijn aversie jegens ‘het grootkapitaal’, wel reclame maakte voor een bank. Laatst nam hij ‘Bram en Eva’ op de hak, toen hij als Bram een column schreef waarin hij Eva juridisch van jetje geeft. Daar kwam hij toen blijkbaar mee weg, misschien vonden mensen het zelfs erg leuk. ‘Dat moet nu weer lukken’, heeft hij vast gedacht.

Vingertje wijzen

Maar het lukte niet. Een grote schare mensen is furieus over deze zet van Koelman. Hij haastte zich nog om eraan toe te voegen dat zijn bedoelingen goed waren. “Ik streef hetzelfde doel na als de familie van Tim”, heeft hij klaarblijkelijk tegen NOS op 3 gezegd. Dat zal, maar om met V uit V for Vendetta te spreken: “I have not come for what you hoped to do. I’ve come for what you did.” En dat is precies wat de menigte met fakkels  en hooivorken nu denkt. Ironisch natuurlijk, een man die mensen in zijn columns zonder navraag te doen van slechte bedoelingen beticht, moet zich nu verantwoorden voor zijn eigen bedoelingen. En op verantwoording zit die menigte totaal niet te wachten. Om het nog erger te maken, prikt je krant een flinke dolk in je rug.

Daar staat Koelman dan, eenzaam en alleen. Hoewel daar op FrontaalNaakt.nl anders over wordt gedacht. Peter Breedveld stelt dat Koelmans vrienden en collega’s selectief verontwaardigd zijn. Boos worden als Geenstijl de schuld krijgt van de dood van Tim, maar niet als Koelman Tims dood gebruikt om het institutioneel onderdrukken van homo’s door de katholieke kerk aan de kaak te stellen. En dan ligt het weer voor de hand dat Pritt van GeenStijl beweert dat Peter Breedveld na een akkefietje met een callcenter-medewerkster haar gegeven op internet knalde. Of hij roept dat Breedveld niet voor elke GS’er even vriendelijk is. Wat je zegt, ‘vingertje wijzen’. En de boze menigte? Die relt vrolijk door. Even woedend. Ze ruiken bloed!

Tijd voor het boetekleed

Van een afstandje sla ik dit alles hoofdschuddend gade. Ik denk terug aan mijn schooltijd. Mijn hemel, wat was ik een rotkind. En bijna de hele klas met mij. We waren hufters van de bovenste plank, een paar pispaaltjes daargelaten. Anderen keken toe. Ik was niet iemand die het voortouw nam, eerder een meeloper. Schaam me tegenover de slachtoffers. ‘Anders was ik zelf de lul geweest’, mag in deze geen excuus zijn. Ja, ik was nog een kind. Maar ook toen ik ouder werd maakte ik me weleens schuldig aan pesten. Stom genoeg was ik ook weleens het lijdend voorwerp. Werd ik uitgescholden, of zelfs vernederd. Je kent de pijn zelf, toch blijf je meedoen. Iets mooiers kan ik er niet van maken. Misschien die boze verontwaardigde menigte wel?

Ik denk dat Peter Breedveld een punt heeft, maar ik denk ook dat zijn manier van ermee omgaan niet bijdraagt aan het oplossen van welk probleem dan ook. ‘Waar nuance noch een grote bek verboden is’, is het motto van deze website. Mijn behoefte aan dat eerste is voor mij nu leidend. Een tijdje probeerde ik te schrijven zoals die gasten die op hypocrisie jagen. Mensen proberen te betrappen op inconsistenties in hun moraal, maar steeds vaker ging ik me realiseren dat niemand onfeilbaar is. Dat iedereen hypocriet is. Zeker, de een meer dan de ander, maar we maken ons er allemaal schuldig aan. Het risico van als een bezetene op hypocrisie jagen, is dat je op een goed moment zelf de lul bent. En jezelf met je eigen hooivork in je hol prikt.

Een opdracht voor ons allemaal

Luuk Koelman beging een stommiteit met die column van hem. Hij zal vast goede bedoelingen hebben, maar kan niet ontkennen dat er voor hem – en zeker voor Metro – commerciële belangen zijn. Dat maakt zijn stelling inherent problematisch en potentieel hypocriet, maar misschien is het juist daarom zo onnozel om altijd maar aan te willen tonen dat iemand hypocriet is. Hij slachtte zichzelf er alvast mee. Het was een kwestie van tijd, voor dit zou gebeuren. Tegelijkertijd is het ook veelzeggend dat hij op zijn goede bedoelingen wijst, terwijl veel pesters juist weer aangeven dat ze er helemaal geen slechte bedoelingen mee hadden, of dat het hooguit een geintje was. Andere pesters hebben eigenlijk geen idee hebben waarom ze pesten. 

Het is veel beter als we beginnen met nadenken. Of mensen aanspreken op hun pestgedrag. Maar veel vaker kijken we toe, of vinden we het zelfs grappig. Ik wil hier niet beweren dat er geen gradaties in hypocrisie zijn en dat je niet mag aantonen dat dingen niet deugen, maar we moeten eens stoppen met onszelf voorhouden dat er zoiets bestaat als de feilloze mens. Er is geen kunst aan het blootleggen van hypocrisie, we hebben uiteindelijk allemaal onze slechte momenten. Liever proberen we eens wat vaker constructief te zijn. Mezelf incluis: het is voor mij ook een opdracht, te blijven beseffen dat we allemaal potentiële hufters zijn. Vaker wel dan niet. Ik ben zeer benieuwd welke schuimbek uit die woedende menigte het tegendeel komt beweren.



Pesten en het boetekleed: one size fits all